Uit. Ik zou kunnen huilen nu, je opzoeken, woedend zijn en blijven gillen. Ik zou kunnen blijven hopen, dromen, fantaseren en geloven. Ik zou kunnen liegen, doen alsof het me niet raakt en vals spelen. Ik zou ook kunnen accepteren, doorgaan met leven en het bekijken als een mooie herinnering. Hetgene wat ik eerst deed was huilen en niet kunnen stoppen, mezelf de schuld geven en eindeloos boos zijn op jou. Daarna ging ik je brief verscheuren, omdat ik dacht dat het me zou opluchten. Dat was niet het geval. Ik wou je helemaal niet vernielen. Ik wou ons oppakken en terugvinden, waar we ook verstopt mogen zijn. Toen ging ik dromen. Wat als... Misschien... Toch nog...Fout. Ik had een nachtmerrie over jou. Waardoor ik ging beseffen hoeveel pijn het toch wel deed. Alweer. En dan loog ik. Ik zei dat je me niet verdiende, want ik was zoveel beter. Je was een grote leugenaar, in mijn ogen, terwijl ikzelf eigelijk nog wel de grootste ben. Ik vond niet dat ik het recht had om je deze dingen te zeggen, omdat ik jou ook al pijn had gedaan. Maar toen won de woede het van de schaamte en ging ik je met m'n woorden te lijf. Ik had je eens goed gezegd wat ik wou, gedaan. Ik ben nog steeds boos, ongelooflijk razend zelfs. Maar ik wil mijn tijd niet langer verspillen aan iets wat de moeite niet waard is. Omdat het zoveel beter kan. Ik kan zoveel beter dan jou, niet slecht bedoeld, maar toch. Er is niet iets mis met mij, maar met jou. Want jij laat iemand als mij, iemand met veel capaciteiten, goede bedoelingen en oprechte gevoelens, vallen. Ik ben nog niet op het punt gekomen dat ik kan zeggen dat het een mooie herinnering is, want die herinnering heb je helemaal verpest. Maar ik ben wel weer een ervaring rijker en ik heb nog net niet toegelaten dat je me zou breken. Dus ik ga door zonder jou. Gewoon omdat ik weet dat ik het zonder jou even leuk, nog leuker kan hebben. Met de mensen die echt om me geven en van me houden. Dus, goed geprobeerd, maar mijn hart krijg je niet gebroken.