Ze houdt haar ogen gesloten en probeert de tranen te verdringen. Ze haalt een paar keer diep adem en kijkt voor zich uit. Doet alsof ze de stemmen niet hoort. De letters krassen op het bord. Minuten tikken voorbij maar toch houden ze niet op. Ze blijven voortgaan, maken haar langzaam kapot. Want de woorden dringen toch tot haar door en vervormen zich tot tranen die langzaam langs haar wang wegglijden. Ze staat opeens recht en rent naar de deur. Haar toevluchtsoord. Ze voelt de pijn niet meer. Het verdooft haar, vormt een tweede huid.
Haar vragen vormen krassen, rode letters maken haar duidelijk wat de stemmen al tijden zeggen. Ze hoort een heldere stem haar naam roepen en iets wordt wakker in haar. Ze ontwaakt uit haar roes en probeert recht te staan. Het kleine hokje draait voor haar ogen. Ze wankelt, maar ze wil nog niet vallen. Ze klampt zich vast aan het gefluister. Je mag nog niet opgeven. Morgen misschien, maar nu niet. Nog niet.