De rook vormt de vaste basis van mijn longen en het hopen wordt stilaan een vast ritueel.
Zittend in deze donkere kamer, verlangend naar een iets. Een beweging, een gedachte, een gevoel. Mijn vingers spelen met mijn haren en ik zal wachten. De antwoorden zijn zo moeilijk te vinden, ze lijken zich te verstoppen op onvindbare plaatsen, ergens ver weg van hier. Van mij. Als ik rechtsta, zal ik vallen. Ik zal niet ver vallen en ook niet diep. Ik zal vallen, zoals een ongemakkelijke stilte, een gestotterde zin. Misschien hou ik enkele verwondingen over, maar dat stoort niet. Het is misschien beter zo, dat ik zal vallen. Je hoeft me niet op te vangen. Ik wil vallen. Zodat de littekens die ik eraan overhoud, de stiltes waard zijn in onze lang geleden gesproken woorden. Zodat ze kunnen tonen. Wie ik ben. Wie wij zijn. Ik zal vallen, vallen zal ik.
Zittend in deze donkere kamer, verlangend naar een iets. Een beweging, een gedachte, een gevoel. Mijn vingers spelen met mijn haren en ik zal wachten. De antwoorden zijn zo moeilijk te vinden, ze lijken zich te verstoppen op onvindbare plaatsen, ergens ver weg van hier. Van mij. Als ik rechtsta, zal ik vallen. Ik zal niet ver vallen en ook niet diep. Ik zal vallen, zoals een ongemakkelijke stilte, een gestotterde zin. Misschien hou ik enkele verwondingen over, maar dat stoort niet. Het is misschien beter zo, dat ik zal vallen. Je hoeft me niet op te vangen. Ik wil vallen. Zodat de littekens die ik eraan overhoud, de stiltes waard zijn in onze lang geleden gesproken woorden. Zodat ze kunnen tonen. Wie ik ben. Wie wij zijn. Ik zal vallen, vallen zal ik.



