De kracht om steeds te geloven het nog te kunnen, heeft mij stilaan moe gemaakt. De uren, de dagen verlopen te snel om alles nog echt te beleven. Wandelend tussen de dode bladeren is de zon een mooie bijkomstigheid, alsof iemand mij toch wil troosten en de wereld iets mooier probeert te maken.
De kracht om positief te blijven denken en te leven heeft mij stilaan verdrietig gemaakt. De vraag is of het allemaal nog het proberen waard is. Wandelen noch dwalen doe ik. Staand probeer ik het verschil te maken, zoals een hart dat niet beseft dat het nog klopt.
De kracht in mij is stilaan weg aan het glijden, ik kan het voelen maar er niets tegen doen.
Ik probeer me vast te klampen aan je, maar het lijkt alsof ik in het niets grijp. Je schaduw tekent zich af boven alles wat ik ben en ik vraag je, is dit het waard?
Verloren zijn de momenten, de gestolen kus en de omhelzing. De vergoten tranen lijken te verdrinken in de regen. Ik kan dit niet, niet alleen. Wees voor eeuwig demijne, zoals we hadden afgesproken. De belofte lijkt weggesmeten, vergeten. Wees wat ik wil dat je bent. Alles van elke minuut van elke adem van elke kus van elke zonsopgang tot elke windvlaag tot elke slaapzacht tot elke traan. Wees mijn alles, mijn reden. Want ik vind het moeilijk om zomaar, gewoon, in je gezicht te bekennen dat ik niet meer zonder je voort wil.